Julie Ng, wiens vader zijn leven lang een Chinees-Indisch restaurant bestierde, ‘wilde gewoon even een filmpje maken’ over babi pangang. Over waar dit (typisch Hollandse?) gerecht eigenlijk vandaan kwam en welke rol het speelde in de Chinese gemeenschap in Nederland. Het eerste plan voor die film was er in 2016. Daarna volgde onder meer een afwijzing van de publieke omroep, een crowdfunding-actie waarmee ze in 2018 landelijke media haalde, en de benoeming van de Chinees-Indische restaurantcultuur tot immaterieel cultureel erfgoed. Ondertussen groeide het idee voor een korte film in een paar jaar tijd uit tot een volwaardige documentaire over babi pangang, maar ook zo veel meer.
In haar film Meer dan babi pangang duikt Ng niet alleen de geschiedenisboeken en archieven in, maar portretteert ook haar relatie met haar vader, die na decennia als restauranthouder de deuren sluit van zijn Golden House in Rozenburg. Als kind vond Ng het helemaal niks dat alles in haar leven draaide om het restaurant van haar ouders.
Terwijl de mensen uit de buurt de deur plat liepen voor een leuke avond, kreeg zij te maken met pesterijen, discriminatie en racisme. Haar vader vertelde haar dat de babi pangang – het gerecht dat ze avond aan avond meerdere keren door de zaak zag gaan – niet voor haar was, maar ‘voor de Hollanders’. Een van de eerste dingen die we leren in de documentaire, is dat zowel vader als dochter het gerecht zelf nog nooit heeft gegeten. ‘Omdat de babi pangang voor de klanten was, is het voor mij ook altijd voor de klanten gebleven’, vertelt Ng. ‘Inmiddels is het een soort van principekwestie.’
Je hebt van babi pangang cultureel erfgoed gemaakt, maar toch heb je het nooit geproefd.
‘Ik kan me ergens wel iets bij voorstellen: het vlees is gefrituurd en er zit een zoet-zure saus bij met een beetje pit. Er kleeft voor mij heel veel betekenis aan het gerecht, waardoor het niet alleen maar een gerecht is. Het heeft een zware, negatieve connotatie. Het doet me bijvoorbeeld denken aan de eenzaamheid die ik heb gevoeld als kind. Dus het is meer dan alleen ‘Ik eet het niet’.
Heeft de film het voor jou minder beladen gemaakt?
‘De lading is anders. De beladenheid is er nog steeds, maar ik kan er nu ook met andere ogen naar kijken.’
We spreken Ng een paar weken voordat haar film landelijk in de bioscopen gaat draaien. Een paar maanden eerder ging Meer dan babi pangang in première op het Nederlands Film Festival in Utrecht, zo’n 10 jaar nadat Ng aan het project begon. ‘Het voelt als een enorme opluchting dat het nu eindelijk klaar is. Een aantal jaar geleden twijfelde ik of de film überhaupt ooit af zou komen.’
Vanwaar die twijfel?
‘De energie was een beetje weg en ik was de richting een beetje kwijt. Ik wist niet meer zo goed hoe ik het voor elkaar moest krijgen. Ik begon aan alles te twijfelen. Ik dacht: is het verhaal wel goed genoeg? Is het beeldmateriaal dat ik heb geschoten wel bruikbaar?’
‘Op een gegeven moment kreeg ik vanuit de producenten het bericht dat het Nederlands Film Festival eraan kwam. We moesten nog één scène draaien, het was nu of nooit. Toen hebben we er met z'n allen heel hard aan getrokken en is het uiteindelijk toch gelukt. We hebben de laatste scène eind 2024 opgenomen, en in 2025 was eindelijk alles klaar.’
Het heeft veel tijd gekost, maar uiteindelijk heb ik de film kunnen maken op mijn eigen manier
‘Als ik er zo op terugkijk, vind ik dat ik gedurende het hele proces best naïef ben geweest. Ik wilde ‘gewoon even een filmpje maken’, over de herkomst van de babi pangang. De geschiedenis van de Chinese gemeenschap in Nederland en het ontstaan van het Chinees-Indische Restaurant nam ik ook nog even mee. En dat zou ik dan de wereld in slingeren en er zouden een paar mensen komen kijken en dan was het klaar. Maar toen ik de crowdfunding startte, is er een soort van bommetje ontploft. Er was zoveel aandacht voor. Daar ben ik enorm van geschrokken, het zweet stond op m’n voorhoofd. Opeens was ik te gast in het tv-programma van Twan Huys en zat ik naast Ron Blaauw om het te hebben over babi pangang. Nu de film af is, denk ik vooral: pfff, het is klaar. Voor mij als introvert was het best veel. Maar ik ben trots op alle aandacht die het project heeft gekregen.’
Hoe ben je ooit aan het project begonnen?
‘In 2016 hebben we meegedaan aan de Innoversity Parade van de NTR. De Publieke Omroep had diversiteit hoog in het vaandel staan en liet verschillende makers pitchen voor een eigen project. Uit het publiek kwamen veel positieve reacties, maar uiteindelijk zijn we niet uitgekozen. Via mijn producenten begreep ik dat de NTR het waarschijnlijk niet aandurfde omdat ik niet genoeg ervaring had als filmmaker. Het zou te veel tijd kosten. En het heeft ook veel tijd gekost, maar uiteindelijk heb ik de film kunnen maken op mijn eigen manier. Als je een film zelf financiert, met crowdfunding en sponsoren, heb je veel meer controle. Als we destijds het traject van de NTR in waren gegaan, had ik de film sneller afgemaakt, terwijl het juist ook tijd nodig had om te worden wat het nu is. Dan had ik bijvoorbeeld nooit de financiële midden gehad om mijn moeder op te zoeken in Hongkong, en ik denk ook dat de film een totaal andere eindscène had gehad. Dus uiteindelijk was de afwijzing van de NTR ook misschien een blessing in disguise.’
Je vader speelt een prominente rol in de documentaire. Hoe vond hij het dat je een film met hem wilde maken?
‘Ik heb hem eigenlijk nooit gevraagd of ik mocht filmen. Ik heb gezegd: ik ga een film maken en wil jou er ook graag in; ben je dan-en-dan aanwezig? Ik durfde geen toestemming te vragen, want als hij nee zou zeggen, dan was het gedaan met de hele film. Don't ask for permission, ask for forgiveness. Ik probeer een groter verhaal te vertellen en ik denk dat hij dat ook wel inziet, en dat hem dat ook raakt. Het verhaal van onze familie is vergelijkbaar met wat hij kent van de families van zijn vrienden.’
Was hij bij de première?
‘Ja, dat was de eerste keer dat hij de film zag. Ik was even bang dat hij me die avond zou onterven. Maar hij kwam de zaal uit en ik zag dat hij tranen in zijn ogen had. Hij zei niks, maar klopte me op m’n schouder. Toen wist ik genoeg. M’n stiefmoeder vroeg meteen of ze de film digitaal kon krijgen, want ze vond het zo leuk om het restaurant weer te zien.’
‘Mijn vader is een man van weinig woorden. Dat zie je ook in de film. Ik vroeg me af hoe ik informatie uit hem zou krijgen. Het voelde op bepaalde momenten ook wel soort van plastisch, want ik was allemaal aan vragen het stellen en aan het poeren, waardoor het een beetje ongemakkelijk werd. Dus dat was wel moeilijk, die interacties met mijn vader.'
Je eindigt de film met een prachtig gesprek tussen jullie tweeën. Het is heel persoonlijk. Hoe is het om juist zo’n belangrijk gesprek te voeren met een camera erbij?
‘We kwamen die middag binnen in het huis van mijn vader en de sfeer was best beladen. Ik weet niet precies waarom. Misschien omdat het de allerlaatste draaidag was: het geld was op, dit moest het zijn, hiermee moesten we alles aan elkaar breien. Ik had van te voren met mijn producent besproken waar ik het in die scène met mijn vader over wilde hebben, maar toen we eenmaal zaten, kwamen er bij mij allemaal andere vragen uit. Ik heb hem het hele verhaal open en eerlijk verteld, wat ik al die jaren heb gevoeld. Kennelijk heeft dat iets met hem gedaan, want ook zijn muren gingen omlaag. Uiteindelijk heeft hij ook zijn zegje gedaan en gaf hij heel oprecht antwoord op mijn vragen. Dat had ik echt in mijn stoutste dromen niet durven dromen.’
‘We hadden speciaal voor deze draaidag gezocht naar een geluidsman die Kantonees sprak, zodat hij wist wat er gezegd werd en de cameraman een beetje kon sturen. Na afloop zei hij tegen mij: dit is het gesprek dat wij allemaal willen met onze ouders.’
‘Dit zit niet in de film, maar op een gegeven moment liep mijn vader even weg omdat hij te emotioneel werd. Ik kan me voorstellen dat het heel lastig voor hem is geweest. Ik vond het eng om de scène te gebruiken, het voelde een beetje als de vuile was buiten hangen. Maar uiteindelijk is het er heel mooi uitgekomen en ben ik blij met hoe het in de film zit. Het zijn hele rauwe, menselijke emoties. Dat is juist heel erg mooi om te zien, juist omdat mijn vader altijd zo stoïcijns is en niet veel zegt. Door die scène is ook onze band hechter geworden.’
Openingsfoto: Emin Kalkan